vraag & antwoord

Wat er gebeurt na de rentevaste periode met je hypotheek?

- leestijd

Er zijn twee opties: opnieuw vastzetten of je hypotheek oversluiten

Bij het afsluiten van je hypotheek ben je een bepaalde rentevaste periode overeengekomen met de hypotheekverstrekker. Dit kan vijf, tien of zelfs twintig jaar zijn. Hoe dan ook komt er op een gegeven moment een eind aan deze periode en zul je je hypotheekrente opnieuw moeten vastzetten. Dat is ook het moment om te overwegen of het oversluiten van je hypotheek naar een andere geldverstrekker een goed idee is.

Welke rentevaste periode is de verstandigste keuze?

Net als het kiezen van een hypotheek is ook het kiezen van een rentevaste periode een persoonsgebonden keuze. Ook hangt die af van jouw toekomstwensen. Wil je over vijf jaar de woning weer met een leuke meerwaarde verkopen, dan hoef je de hypotheekrente niet voor twintig jaar vast te zetten. Ook de renteverschillen spelen een rol. Als de hypotheekrente voor een rentevaste periode van twintig jaar maar 0,2% hoger is dan de optie voor tien jaar vast, dan kies je waarschijnlijk voor iets hogere maandlasten voor twintig jaar vast.

Einde van de rentevaste periode bereikt, wat nu?

Stel, je hebt gekozen voor een rentevaste periode van tien jaar. Een paar maanden vóór het bereiken van het einde van de looptijd stuurt de bank je een voorstel voor het verlengen van de rentevaste periode. Je maakt een nieuwe keuze gebaseerd op de rentestanden van dat moment. Als de hypotheekrentes op dat moment veel hoger zijn, krijg je sterk stijgende maandlasten. Je kunt het einde van de looptijd ook aangrijpen om de hypotheek over te sluiten naar een andere bank.

Een rekenvoorbeeld:

In 2019 kies je voor een rentevaste periode van tien jaar tegen 1,5%. De hypotheekschuld bedraagt € 240.000. Je betaalt de eerste maand aan hypotheekrente:
€ 240.000 x 1,5% = € 3600. Gedeeld door 12 maanden = € 300

In 2029 loopt de rentevaste periode af. Weer kies je voor een rentevaste periode van tien jaar. Helaas is de rente sterk gestegen. Je betaalt de tweede tien jaar 3% hypotheekrente. Gelukkig is de hypotheekschuld inmiddels wel lager. Deze bedraagt bijvoorbeeld nog € 160.000.

In de eerste maand van de nieuwe periode betaal je aan hypotheekrente:
€ 160.000 x 3% = € 4800. Gedeeld door 12 maanden = € 400

De hypotheekschuld is lager, maar toch betaal je meer hypotheekrente.

Kiezen voor zekerheid met een langere rentevaste periode

Een aantal jaar geleden was tien jaar de meest gekozen rentevaste periode. Bij lage hypotheekrente worden nog langere rentevaste termijnen populairder. Dat komt doordat rentevaste periodes van vijftien en twintig jaar erg goedkoop zijn. Een rentevaste periode van tien jaar is nog steeds goedkoper, maar de verschillen zijn soms maar een paar tiende procent.

Oudere starters die de hypotheekschuld niet zullen aflossen vóór hun pensioen, moeten rekening houden met dalende inkomsten na de pensioendatum. Overleg dit met de hypotheekadviseur, want ook na pensionering moeten de maandelijkse hypotheeklasten natuurlijk nog betaalbaar zijn.

De hypotheekrente zet je voor een bepaalde periode vast in een zogenaamde rentevaste periode. Zo zorg je voor een vast percentage hypotheekrente gedurende die vastgelegde periode. Een paar maanden vóór het bereiken van het einde van de rentevaste periode ontvang je van de bank een voorstel voor een verlenging.