Bien, de getergde huizenzoeker

 

Hoe mijn vriends droom in duigen viel

Journalist Bien Borren (1993) durft haar eerste schreden op de huizenmarkt (nog) niet te zetten. Verhalen genoeg over de gruwelen van de oververhitte woningmarkt. Ze vindt het trouwens helemaal niet erg om te huren, maar ze weet wel: het kost geld en levert weinig op. In deze serie belicht ze het wel en wee van de getergde huizenzoeker.

Bien, de getergde huizenzoeker

Als ik vriend Joep (26) vraag of ik hem mag interviewen over zijn kortstondige carrière als huizenzoeker op de Amsterdamse woningmarkt reageert hij lacherig. ‘Ik mag weer opdraven als schlemiel, begrijp ik.’ Helemaal ongelijk heeft-ie niet.

Joep is immers niet geslaagd in zijn zoektocht naar een eigen stekkie in de stad. Hij woont nog steeds in een kamertje van 11 vierkante meter met 2 huisgenoten. Het geld dat hij maandelijks neerlegt, verdwijnt linea recta in de zakken van zijn huisbaas. Als volleerd ramptoerist duik ik op zijn mislukte poging in mijn zoektocht naar de gruwelen van de huizenmarkt.

Vrolijk klikken

Toen hij ruim een halfjaar geleden aankondigde op zoek te gaan naar een eigen huisje, kon ik dat alleen maar aanmoedigen. Joep liep destijds al een tijdje rond met een vast contract en de geboren Brabander lijkt doorgaans altijd te slagen in de doelen die hij zichzelf stelt. Ik zag hem al voor me, als de gelukkige eigenaar van keihard vastgoed in Amsterdam. Ik klikte vrolijk met hem mee, langs de talloze foto’s in de advertenties van huizen. De woningen leken binnen handbereik, maar – ik wil het hier niet nodeloos spannender maken dan het is – we hadden ons niet meer kunnen vergissen.

Of, zoals Joep het nu zelf zegt: ‘Licht overmoedig betrad ik de woningmarkt, denkende dat ik de uitzondering zou zijn op al het leed van de huizenkopers.’ Want ook hem bleven de kopzorgen en teleurstellingen niet bespaard.

Ik zag hem al voor me, als de gelukkige eigenaar van keihard vastgoed

Droom

Als ik hem vraag waarom hij het bestaan van een huurder vaarwel wilde zeggen, is Joep helder. ‘Na 4 jaar samenwonen met huisgenoten wilde ik kijken of ik op mezelf zou kunnen wonen. In mijn eentje huren is geen optie, die huisjes kosten minstens € 1.300 in de maand. Ik heb kind noch kraai, dus dat bedrag zou ik in mijn eentje moeten ophoesten.’

€ 1.300, Dat is echt heel veel geld. Stel, ik zou een huis voor die prijs huren, dan zou ik zo veel moeten werken om dat bedrag op te kunnen hoesten, dat ik geen tijd overhoud om in het dure huis te wonen. En € 1.300 voor een dak boven je bed waar je alleen ’s nachts vertoeft: nee bedankt.

Machtig gevoel

In tegenstelling tot mijzelf, wiens kansen op een hypotheek nihil zijn, kon Joep wel een lening krijgen. Dat alleen al lijkt me een machtig gevoel – weten dat je zo veel geld te besteden hebt en nog mooier: als je het eenmaal uitgeeft, is het niet weg. Het maakt zich nuttig in je huis, en langzaam maar zeker betaal je de boel af. Maar of Joep zich ook machtig heeft gevoeld, durf ik hem niet te vragen.

Hij had namelijk al vrij snel door dat hij zijn droomhuis niet ging vinden op de Amsterdamse huizenmarkt. ‘Met mijn budget, € 275.000, keek ik eerst bij huizen die tót € 250.000 werden aangeboden. Die grens moest ik al snel verlagen naar maximaal € 200.000 omdat er zo veel werd overboden.’ Het werd steeds lastiger om de prijscategorie te verenigen met zijn wens: een huisje van rond de 50 vierkante meter waar niet zo veel aan hoefde te gebeuren. ‘Op het dieptepunt ging ik kijken bij huizen – beter gezegd, hokjes – van 32 vierkante meter die volledig gestript waren.’

Als we het over het biedingsproces hebben, druipt de frustratie van zijn stem

Als we over het biedingsproces komen te praten, druipt de frustratie van zijn stem. ‘Als ik uiteindelijk bood – wat ik 12x heb gedaan – was een ander bod hoger óf gaf de verkopende partij de voorkeur aan een bieder die zonder voorbehoud bood. Daar kon ik niet aan tippen.’

Zijn zoektocht heeft Joep inmiddels gestaakt, en ik kan hem alleen maar gelijk geven. De lasten van het speuren wegen niet op tegen de lusten, simpelweg omdat je de lusten niet kunt verzilveren zolang je geen huis kunt kopen. Wat is het urenlang speuren naar potentiële huizen waard als je nooit je eigen deur kan dichttrekken en jezelf op de bank kunt nestelen voor een avondje Netflix?

Hoop houden

Ik zie mijn eigen vrees voor de oververhitte huizenmarkt in Joeps inspanningen werkelijkheid worden. Hoop om ooit een huis te bemachtigen verdampt na zulke ervaringen als sneeuw voor de zon, me dunkt. Of houdt hij nog hoop? ‘Ja, toch wel. Ik vraag me wel hardop af hoe, overigens. Ik denk dat de prijzen inmiddels enorm hoog zijn opgedreven, dat zal vast eens klappen. Maar ik heb mijn twijfels of het aanbod ooit echt zo groot wordt dat je voor een fatsoenlijke prijs – dus dichter bij waar het op getaxeerd wordt – een huis kunt kopen. We zullen het zien.’

Terugblikkend op zijn kortstondige carrière als huizenzoeker, zijn het vooral de investeerders die een streep door Joeps droom trokken. ‘Rijkaards die geen hypotheek nodig hebben snoepen de huizen voor de neuzen van starters weg. Dat is bitter frustrerend, ook omdat je vrijwel zeker weet dat de woningen daarna voor € 1.400 per maand verhuurd gaan worden en de investeerders nóg rijker maken, waardoor ze nog meer huizen kunnen kopen.’

In de volgende aflevering ga ik in gesprek met mijn ouders, die precies een kwart eeuw geleden (ze woonden destijds op een boot, maar moeder was hoogzwanger van ondergetekende dus werd het tijd voor een huis van steen) hun onderkomen in Amsterdam kochten. Voor een prijs waar menigeen momenteel een moord voor zou plegen. Hoe zien zij het geworstel van hun dochter en haar leeftijdsgenoten op de verhitte huizenmarkt?

Meer binnen dit onderwerp