Variabele of vaste hypotheekrente?

 

Met jouw feedback help je mee funda te verbeteren, meehelpen kost een minuutje. Geef je feedback.

 

Zekerheid of risico: voor Bart en Ineke was de keuze zo gemaakt

Wanneer kies je voor een vaste en wanneer voor een variabele hypotheekrente? Bart en Ineke hoefden er niet lang over na te denken: zij kozen voor een vaste hypotheekrente. Wat bepaalt hun keuze? En wat zijn de voors en tegens van vast en variabel?

Bart (32) en Ineke (32) hebben een goed inkomen. Hun financiële toekomst ziet er – voor zover zij kunnen inschatten – niet slecht uit. Na lang zoeken hebben zij een rijtjeshuis gekocht in een groen dorp, vlakbij Utrecht. Voor hen is de keuze tussen een variabele of vaste hypotheekrente snel gemaakt. ‘De hypotheekrente staat lager dan ooit en de kosten voor een variabele of vaste hypotheek schelen nauwelijks.’

Vaste woonlasten

Bart en Ineke hebben dus gekozen voor een vaste hypotheekrente. Op het moment van afsluiten lag, op basis van een NHG-hypotheek, de variabele rente op 1,8%. De vaste hypotheekrente: 2% (tien jaar vast), een verschil van 0,2%. Voor Bart en Ineke reden genoeg om voor de vaste variant te kiezen. ‘Wij hebben onze hypotheek uiteindelijk vastgelegd voor twintig jaar met een rente van 2,6%. Je weet natuurlijk nooit of de rente zal stijgen of dalen, maar we kiezen voor zekerheid. Onze twee kindjes zijn nog klein. Als ze straks naar school gaan en ons bestedingspatroon gaat veranderen, weten we waar we, wat betreft woonlasten, financieel aan toe zijn.’

Prijskaartje voor zekerheid

Het verschil tussen de hypotheekrentes is niet zo heel ingewikkeld. De variabele vorm is ietsje goedkoper, maar de kosten kunnen – als de rente stijgt – flink oplopen. Bij een vaste hypotheekrente heb je dat probleem niet. Bart: ‘Je betaalt wel wat meer. Hoe langer je je hypotheek vastzet, hoe hoger de rente wordt. Je kiest immers voor zekerheid en daar hangt een prijskaartje aan.’ Bart en Ineke houden van zekerheid. ‘Verandert er ineens iets in je leven, verlies je je baan of ga je minder verdienen, dan kun je een hypotheekrentestijging misschien niet meer ophoesten. Een bank reageert dan net zoals je huisbaas: niet betalen, huis verkopen.’

1, 5, 10, 20 of 30 jaar

Twijfel je nog? Kijk dan eerst eens goed naar je inkomen en bestedingspatroon. Ga je voor vast, dan heb je de keuze: één, vijf, tien, twintig of dertig jaar rentevaste periode. Hoe korter de renteperiode, hoe minder rente je betaalt. Bart: ‘Je weet nooit hoe jouw situatie er over bijvoorbeeld vijf of tien jaar uitziet, als een nieuwe termijn ingaat.’ Het blijft dus altijd een beetje gokken.

Voor en tegens:

  • Stijgt de hypotheekrente dan kun je het beste kiezen voor een vaste variant. Je weet nu wat je maandelijkse woonlasten zullen zijn.
  • De rente staat nu laag, maar het is altijd weer de vraag is of dat zo blijft. Veel lager zal de rente niet worden. Of de rente op korte termijn gaat stijgen, is ook moeilijk te voorspellen.
  • Bij een variabele rente profiteer je van de lagere tarieven. Dit voordeel heb je niet bij een vast rentebedrag.
  • Bij variabele rente kun je zonder boete aflossen en ook zonder boete op een later moment de rente vastzetten.

Meer binnen dit onderwerp